Uitspraak
de vrouw,
de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. De moeder verzocht om vervangende toestemming om met de kinderen naar een woonplaats te verhuizen die 72 kilometer van de vader verwijderd is. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de moeder hoger beroep instelde. De vader voerde verweer en stelde een tegenverzoek in om de moeder te veroordelen terug te verhuizen binnen 20 kilometer van zijn woonplaats.
Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat de moeder zonder toestemming was verhuisd en dat dit de vader belemmert in zijn rol als opvoedende ouder. De moeder had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen geschikte woonruimte dichter bij de vader kon vinden. De vader bood aan de moeder financiële garanties te geven om in de voormalige echtelijke woning te blijven wonen en samen naar een geschikte woning te zoeken.
Het hof oordeelde dat de verhuizing van de moeder naar de ver verwijderde woonplaats niet redelijk was en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De moeder werd verplicht om vóór 1 augustus 2014 met de kinderen terug te verhuizen naar een woonplaats binnen 20 kilometer van de vader. Een dwangsom werd niet opgelegd omdat het hof verwachtte dat de moeder vrijwillig aan de beschikking zou voldoen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om vervangende toestemming tot verhuizing af en verplicht de moeder terug te verhuizen binnen 20 kilometer van de vader vóór 1 augustus 2014.