Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
21 januari 2014
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Arnhem(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak vast op €696.000, welke na bezwaar werd verlaagd tot €676.000. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. In hoger beroep betwistte belanghebbende deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat het beroepschrift binnen de wettelijke termijn was ingediend.
Het hof onderzocht de ontvangst- en verzenddata van het beroepschrift en concludeerde dat het beroepschrift niet vóór het einde van de beroepstermijn ter post was bezorgd, maar een dag later. Artikel 6:9 Awb Pro vereist dat een beroepschrift bij verzending per post vóór het einde van de termijn ter post wordt bezorgd om tijdig te zijn.
Belanghebbende voerde aan dat ziekte hem verhinderde het beroepschrift tijdig te posten en dat hij iemand anders had kunnen inschakelen. Het hof oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het verzuim te verontschuldigen, omdat er voldoende tijd was om alternatieven te benutten. Daarom bleef de termijnoverschrijding voor rekening van belanghebbende.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare termijnoverschrijding.