Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van 10 december 2013 van mr. Jongsma met bijlagen;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen ouders centraal, waarbij de moeder in hoger beroep gaat tegen de ontzegging van haar omgangsrecht met haar twee minderjarige kinderen.
De rechtbank had de omgang ontzegd voor de duur van een jaar, gelet op de ernstige verslavingsproblematiek van de moeder en de negatieve impact daarvan op de kinderen, waaronder loyaliteitsproblemen en emotionele schade. De moeder had een behandelingstraject gevolgd, maar BJZ en de vader betwijfelen de effectiviteit en continuïteit daarvan.
Tijdens de zitting benadrukte het hof het belang van de kinderen voorop te stellen en niet de wensen van de moeder. Het hof oordeelde dat de omgang pas herstart kan worden als de moeder langdurig zelfstandig kan wonen en een hulpverlener bevestigt dat haar verslaving onder controle is. De eerdere omgangsregelingen waren regelmatig verstoord door het alcoholgebruik van de moeder, wat de kinderen emotioneel heeft belast.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de moeder af. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontzegging van het omgangsrecht van de moeder voor de duur van een jaar wegens haar verslavingsproblematiek en het belang van de kinderen.