Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
Midden-Nederland van 22 maart 2013 met parketnummer 07-974005-12 in de strafzaak tegen
[verdachte],
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
mr. G.J. van Oosten, naar voren is gebracht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor invoer van cocaïne binnen het grondgebied van Nederland. De rechtbank Midden-Nederland sprak verdachte vrij van dit feit. De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze vrijspraak.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 mei 2014 het hoger beroep behandeld. Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep voor het eerste ten laste gelegde feit en tot vernietiging van het vonnis voor de overige feiten overwogen. Na het horen van partijen heeft het hof geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat uit de omstandigheden niet kan worden afgeleid dat verdachte op de hoogte was of had moeten zijn van de inhoud van de container, namelijk cocaïne.
Daarom bevestigt het hof het vonnis van de rechtbank waarin verdachte werd vrijgesproken. De strafrechtelijke procedure wordt daarmee beëindigd met een vrijspraak voor het ten laste gelegde feit van invoer van cocaïne.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens ontbreken van bewijs dat hij op de hoogte was van de cocaïne in de container.