Uitspraak
1.[de moeder],
advocaat: mr. drs. E.J. Kim-Meijer, kantoorhoudend te 's-Gravenhage,
(feitelijk wonende te [X], [land]),
advocaat: mr. H.P. Scheer, kantoorhoudend te Utrecht (voorheen mr. S.L.A. Verburgt te 's-Gravenhage).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert de moeder samen met haar echtgenoot in hoger beroep ontzegging van het omgangsrecht van de vader met hun minderjarige kind. Het hof heeft de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd een onderzoek te doen naar het belang van het kind bij voortzetting van het contact met de vader.
Uit het raadsrapport blijkt dat het kind zich niet openstelt voor contact met haar vader en ernstige bezwaren heeft. Zij voelt zich onveilig en angstig, ervaart dat haar grenzen door de vader worden overschreden en heeft negatieve ervaringen met begeleide omgang en Skype-contacten. De vader toont onvoldoende sensitief en responsief gedrag en sluit niet aan bij de belevingswereld van het kind.
Het hof oordeelt dat voortzetting van het contact niet in het belang van het kind is en wijst het verzoek van de moeder toe. De bestaande zorgregeling en de wekelijkse telefonische en Skype-contacten hoeven niet meer te worden nagekomen. Het hof benadrukt dat het uitblijven van contact op termijn nadelig kan zijn voor het kind en dat beide ouders moeten proberen de gronden voor het contactverbod weg te nemen.
Uitkomst: De omgangsregeling en telefonische contacten tussen vader en kind worden ontzegd wegens het belang en de veiligheid van het kind.