Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.Slotsom
€ 3.262,-(2 punten x tarief IV)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de bedrijfs-CAO van toepassing was op de arbeidsovereenkomst van de werknemer en in hoeverre de vordering tot betaling van vakantiebijslag was verjaard. Het hof bevestigde dat Fermacell vanaf 2004 de CAO niet meer hoefde toe te passen en dat de aanspraak op vakantiebijslag niet voortkwam uit de CAO, maar uit artikel 15 van Pro de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm).
De werknemer vorderde betaling van achterstallige vakantiebijslag over de periode van 1 juni 2005 tot 1 december 2010. Het hof oordeelde dat het vorderingsrecht niet verjaard was omdat de werknemer tijdig de verjaring had gestuit met een brief van 29 december 2010. Tevens werd een wettelijke verhoging van 20% toegekend vanwege de langdurige onzekerheid over de aanspraken, waarbij de kantonrechter en het hof tot dezelfde matiging kwamen.
De grieven van Fermacell werden afgewezen, terwijl de grief van de werknemer over de aanvang van de vordering werd toegewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, met uitzondering van het deel over de vakantiebijslag, dat werd vernietigd en opnieuw beslist. Fermacell werd veroordeeld tot betaling van €21.181,62 bruto plus wettelijke rente en de wettelijke verhoging van 20%. De kosten van het principaal hoger beroep werden aan Fermacell opgelegd, terwijl de kosten van het incidenteel hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Fermacell wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige vakantiebijslag met wettelijke rente en een matiging van 20%.