Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de vaststelling van de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kinderen na echtscheiding. De rechtbank had eerder een bijdrage vastgesteld, maar de man ging in hoger beroep vanwege een vermeend onjuist berekend inkomen en inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid.
Het hof stelt vast dat de man sinds mei 2012 is gestopt met loondienst en een eigen onderneming is gestart, waarbij hij in 2013 door ziekte minder inkomsten had. De draagkracht van de man wordt berekend aan de hand van zijn werkelijke inkomsten, rekening houdend met fiscale aftrekposten en noodzakelijke lasten.
Het hof oordeelt dat het inkomensverlies in 2013 verwijtbaar is omdat de man zonder noodzaak zijn dienstverband opzegde en geen arbeidsongeschiktheidsverzekering sloot. Desondanks wordt rekening gehouden met een minimuminkomen van 90% van de bijstandsnorm, waardoor voor de periode 1 januari 2013 tot 1 januari 2014 geen draagkracht voor alimentatie bestaat.
Vanaf 1 januari 2014 wordt de draagkracht opnieuw berekend volgens de nieuwe richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de kosten van vier kinderen en de zorgkorting. De bijdrage wordt verdeeld over de kinderen en aangepast aan de draagkracht van de man.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en stelt de alimentatiebedragen vast op €59 per kind per maand tot 1 januari 2013, nihil tot 1 januari 2014, en €81 per kind per maand vanaf die datum. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De alimentatiebijdrage van de man wordt aangepast met een verlaagd bedrag voor 2012, nihil voor 2013, en een nieuwe berekening vanaf 2014 conform gewijzigde draagkracht.