Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2014:4303

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 mei 2014
Publicatiedatum
2 juni 2014
Zaaknummer
TBS P14-0127
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling en afwijzing verzoek voorwaardelijke beëindiging verpleging

De terbeschikkinggestelde heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam tot verlenging van zijn terbeschikkingstelling met een jaar. Hij verzocht om onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, omdat hij zelfstandig woont, werkt en al onbegeleid verlof geniet sinds april 2012.

Het openbaar ministerie steunde de verlenging en wees erop dat de wet geen grondslag biedt om vooraf een maatregelrapport op te laten maken voor de volgende verlengingszitting. Het hof oordeelde dat het verzoek tot nader onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging prematuur is, gezien het belang van een gefaseerde uitbreiding van vrijheden en het lopende resocialisatietraject.

Het hof bevestigde de beslissing van de rechtbank en stelde dat het aan de rechtbank is om bij een volgende verlengingszitting te beoordelen of een maatregelrapport nodig is. Het verzoek van de terbeschikkinggestelde werd afgewezen, waarmee de verlenging van de terbeschikkingstelling ongewijzigd bleef.

Uitkomst: De verlenging van de terbeschikkingstelling wordt bevestigd en het verzoek tot onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging wordt afgewezen.

Uitspraak

TBS P14/0127
Beslissing d.d. 28 mei 2014
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [centrum] te [plaats] onder begeleiding van [kliniek].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2014, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
  • het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
  • de beslissing waarvan beroep;
  • de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 30 januari 2014;
  • de aanvullende informatie van [kliniek] van 30 april 2014, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over het derde en vierde kwartaal van 2013.
Het hof heeft ter zitting van 15 mei 2014 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr R. Lonterman, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr G.J. de Haas.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman hebben verzocht om de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken, omdat de tijd daar nu rijp voor is. Het gaat goed met de terbeschikkinggestelde, die al sinds 25 april 2012 over onbegeleid verlof beschikt. Hij woont zelfstandig in een appartement van [centrum], is werkzaam als conciërge in de [plaats] binnenstad en regelt veel zaken zelf.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Onder verwijzing naar de (aanvullende) informatie van de kliniek heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank, met dien verstande dat de opdracht van de rechtbank aan het openbaar ministerie om er voor zorg te dragen dat de rechtbank bij de volgende verlengingszitting over een maatregelrapport van de reclassering beschikt, wordt geëlimineerd, nu de wet immers voor een dergelijke opdracht geen grondslag biedt. Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is prematuur. Er wordt toegewerkt naar zelfstandig wonen, waarbij de reclassering actief in het traject zal worden betrokken. Het is van belang om te toetsen hoe dat zal verlopen, voordat kan worden bezien of een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege tot de mogelijkheden behoort. De rechtbank kan bij een volgende verlengingszitting mogelijk de zaak aanhouden voor het laten opmaken van een maatregelrapport.
Het oordeel van het hof
Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende voorgelicht om te
kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek tot
het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke
beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen, nu de noodzakelijkheid
daarvan niet is gebleken. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel
thans prematuur gezien het belang van een gefaseerde uitbreiding van de vrijheden van de
terbeschikkinggestelde en de stappen die nog moeten worden gezet in zijn
resocialisatietraject. Het traject dat is ingezet dient te worden voortgezet.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met dien verstande dat het hof – anders dan de rechtbank – geen termen aanwezig acht om voor de volgende verlengingszitting op voorhand een maatregelrapport op te laten maken. Bovendien biedt de wet niet de mogelijkheid om aan het openbaar ministerie op voorhand
opdrachtte geven ervoor te zorgen dat er voor een volgende verlengingszitting een maatregelrapport beschikbaar is. Het is aan de rechtbank om bij de volgende verlengingszitting te beoordelen of de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege al dan niet moeten worden onderzocht.

Beslissing

Het hof:
Wijst af het verzoek tot nader onderzoek.
Bevestigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2014 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[naam terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,
mr P.R. Wery en mr M. Keppels als raadsheren,
en drs. R. Poll en drs. R. Vecht-van den Bergh als raden,
in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl als griffier,
en op 28 mei 2014 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.