Uitspraak
[appellant],
Rabobank Katwijk
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of de vordering van Rabobank Katwijk op [appellant] was verjaard. De vordering betrof een restantschuld van een hypotheeklening die in 2003 opeisbaar werd. Rabobank stelde dat zij de verjaring had gestuit met een aangetekende aanmaning verzonden in mei 2006 naar een adres waar [appellant] volgens haar verbleef.
Het hof oordeelde dat deze aanmaning [appellant] niet had bereikt, omdat hij niet op dat adres was ingeschreven en het adres ook niet als correspondentieadres aan de bank had doorgegeven. De bank was bekend met het officiële adres van [appellant], maar had ervoor gekozen de aanmaning niet naar dat adres te sturen. Het bewijs dat [appellant] feitelijk op het adres verbleef, was onvoldoende onderbouwd.
Daarmee ontbrak de stuitende werking van de aanmaning in 2006, en was de vordering in mei 2008 verjaard. De eerdere brief van 2003 aan een gemachtigde stuitte de verjaring slechts tot 2008. De vordering werd daarom afgewezen wegens verjaring. Rabobank werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering van Rabobank Katwijk is afgewezen wegens verjaring doordat de aanmaning niet op het juiste adres is ontvangen.