ECLI:NL:GHARL:2014:4474
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.H. Garos
- R. Prakke - Nieuwenhuizen
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewindvoering door ABN AMRO ondanks voorkeur voor dochter als bewindvoerder
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die ABN AMRO tot bewindvoerder over het vermogen van de rechthebbende heeft benoemd. De rechthebbende wenst haar dochter [de dochter 2] als bewindvoerder, maar het hof oordeelt dat vanwege de verstoorde verstandhouding tussen de dochters en de kwetsbare geestelijke toestand van de rechthebbende, benoeming van ABN AMRO wenselijker is.
De rechtbank stelde het bewind in op grond van artikel 1:431 BW Pro, omdat de rechthebbende duurzaam niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen. De voorkeur van de rechthebbende voor haar dochter als bewindvoerder wordt erkend, maar het hof vindt gegronde redenen om hiervan af te wijken, mede vanwege het risico op spanningen die het welzijn van de rechthebbende kunnen schaden.
ABN AMRO mag haar gebruikelijke tarieven in rekening brengen, afwijkend van de forfaitaire tarieven van het LOVCK, omdat deze tarieven tussen partijen zijn overeengekomen. Het hof wijst het verzoek af om een andere bewindvoerder te benoemen en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt de benoeming van ABN AMRO als bewindvoerder en staat de gebruikelijke tarieven toe, wijst het verzoek tot benoeming van de dochter af.