Uitspraak
HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Locatie Leeuwarden
Beschikking in de zaak van
de vrouw,
[de man],
de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn voormalige partners met gezamenlijk gezag over drie minderjarige kinderen. In 2009 sloten zij een ouderschapsplan waarin de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen betaalde. De man verzocht in 2013 om deze bijdrage op nihil te stellen vanwege een inkomensdaling.
De rechtbank stelde de bijdrage per 7 maart 2013 op nihil, maar de vrouw ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat er sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden, omdat het inkomen van de man aanzienlijk was gedaald en hij sinds 2011 ook onderhoudsplichtig is voor een vierde kind.
Het hof berekende de draagkracht van de man en de behoefte van de kinderen volgens de nieuwe richtlijnen per 11 december 2013, rekening houdend met huur- en zorgtoeslag en kosten van de zorgregeling. De gezamenlijke draagkracht van partijen was onvoldoende om volledig in de kosten te voorzien.
Daarom stelde het hof de bijdrage van de man per 11 december 2013 vast op €33,- per kind per maand. De beschikking van de rechtbank werd voor de periode tot 11 december 2013 bekrachtigd en daarna vernietigd. De proceskosten in hoger beroep worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt per 11 december 2013 vastgesteld op €33,- per kind per maand vanwege inkomensdaling en nieuwe onderhoudsplicht.