ECLI:NL:GHARL:2014:4494
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.W. Beversluis
- M.P. den Hollander
- H.J. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kinderalimentatie en draagkracht na beëindiging dienstverband
De man verzocht om wijziging van de kinderalimentatie voor zijn minderjarige kind, stellende dat hij sinds 1 december 2012 werkloos is en daardoor onvoldoende draagkracht heeft. De rechtbank verklaarde zijn verzoek niet-ontvankelijk. In hoger beroep oordeelt het hof dat de man wel ontvankelijk is, maar dat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden zoals vereist in artikel 1:401 BW Pro.
Het hof stelt vast dat de man met zijn werkgever een vaststellingsovereenkomst sloot waarbij zijn dienstverband per 1 december 2012 eindigde. Gelet op zijn onderhoudsverplichting had hij zich moeten onthouden van vrijwillige beëindiging zonder geldige reden. Hij heeft nagelaten dit te onderbouwen. Daarnaast heeft hij onvoldoende bewijs geleverd van zijn huidige inkomen uit WW-uitkering en van inspanningen om nieuw inkomen te verwerven.
De vrouw betwistte de wijziging van omstandigheden en stelde dat de man vermogen heeft en zich onvoldoende inspant. Het hof acht de stellingen van de man onvoldoende onderbouwd en wijst zijn verzoek af. Tevens veroordeelt het hof de man in de proceskosten vanwege het niet aanleveren van benodigde gegevens voor een goede beoordeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot nihilstelling van kinderalimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing van zijn draagkracht.