ECLI:NL:GHARL:2014:5002

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 juni 2014
Publicatiedatum
24 juni 2014
Zaaknummer
ks 21-007676-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 260 SvArt. 412 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping verweren dagvaarding en schorsing onderzoek in hoger beroep strafzaak

In deze strafzaak stelde de verdediging dat de dagvaarding in hoger beroep niet correct was vertaald naar het Roemeens en dat de betekeningstermijn van veertig dagen niet was nageleefd. Het hof onderzocht deze verweren grondig.

Het hof constateerde dat de dagvaarding op 9 april 2014 was betekend aan de griffier en vervolgens aan een bekend adres in het buitenland met een bijlage in het Roemeens, waarin werd meegedeeld dat verdachte terechtstaat voor hetzelfde feit als in eerste aanleg. Een volledige vertaling van de tenlastelegging was niet vereist omdat verdachte al in eerste aanleg met tolk was geïnformeerd en zich toen had laten vertegenwoordigen.

Verder oordeelde het hof dat de bijlage met vertaling van weekdagen en maanden in samenhang met de Nederlandse oproep voldoende duidelijkheid gaf over plaats, datum en tijdstip van de terechtzitting. Ook was de termijn tussen betekening en terechtzitting ruim langer dan veertig dagen. De verweren werden daarom verworpen en de dagvaarding als geldig beschouwd.

Omdat het hof op 10 juni 2014 geen beslissing had genomen en de zaak niet inhoudelijk had behandeld, werd het onderzoek geschorst en bepaald dat het zal worden hervat op een nader te bepalen datum, met oproeping van verdachte en een Roemeense tolk.

Uitkomst: Verweren tegen dagvaarding verworpen, dagvaarding geldig verklaard en onderzoek geschorst tot nader te bepalen datum.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-007676-13
Uitspraak d.d.: 24 juni 2014
Tussenarrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, van 4 oktober 2013 met parketnummer 08-118754-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1977],
wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 juni 2014.
Het hof heeft kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw,
mr. M.S. Kat, naar voren is gebracht. Het hof heeft voorts kennis genomen van het standpunt van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de dagvaarding

De verdediging heeft een drietal verweren gevoerd met betrekking tot de dagvaarding in hoger beroep:
1.
Aan verdachte, die de Nederlandse taal niet beheerst is geen schriftelijke vertaling van de dagvaarding verstrekt in de taal die verdachte wel begrijpt, te weten het Roemeens.
2.
Uit de betekende dagvaarding heeft verdachte plaats, datum en tijdstip van de terechtzitting in hoger beroep niet kunnen opmaken.
3.
Tussen het moment van betekening en dag van de terechtzitting had, ingevolge toepasselijke verdragsbepalingen, een termijn van veertig dagen in acht genomen dienen te worden. Dat is niet gebeurd.
Om al deze redenen dient, aldus de verdediging, de dagvaarding in hoger beroep nietig te worden verklaard.
Het hof beoordeelt het verweer als volgt.
Ad 1
Verdachte is volgens het uittreksel SKDB ingeschreven op het adres [adres] te [plaats]. Dat is het politiebureau aldaar en lijkt dus niet een juist inschrijfadres. Een ander adres in Nederland is van hem niet bekend. Wel is van verdachte een adres in het buitenland bekend. Op 9 april 2014 is de dagvaarding om die reden betekend aan de griffier van de betrokken rechtbank, waarna de advocaat-generaal op dezelfde datum voor doorzending van de dagvaarding aan dat bekende adres in het buitenland heeft zorggedragen. Als bijlage is meegezonden een in het Roemeens gestelde tekst. In die tekst is meegedeeld, zo begrijpt het hof, dat verdachte terecht staat in hoger beroep voor het feit waarvoor hij ook in eerste aanleg terecht heeft gestaan. Een vertaling van de tekst van de tenlastelegging is niet opgenomen in deze bijlage. Dat laatste was ook niet nodig. Op 29 juni 2013 is met behulp van een tolk de inleidende dagvaarding aan verdachte in persoon uitgereikt. Verdachte is vervolgens in eerste aanleg niet in persoon ter terechtzitting verschenen, maar heeft zich toen doen vertegenwoordigen door een gemachtigd raadsman, die inhoudelijk verweer heeft gevoerd. Verdachte wist dus waarvoor hij zich in eerste aanleg diende te verantwoorden. Door thans, in hoger beroep, te volstaan met een verwijzing naar de tenlastelegging zoals deze in eerste aanleg aan de orde was heeft het openbaar ministerie gehandeld conform de bedoeling van artikel 260, lid 5 juncto artikel 412 van Pro het Wetboek van Strafvordering, te weten dat verdachte in een voor hem begrijpelijke taal op de hoogte is gesteld van de inhoud van de tenlastelegging.
Ad 2
De hiervoor al genoemde bijlage is een algemene tekst, die voor wat betreft plaats, datum en tijdstip van de terechtzitting in hoger beroep gelezen dient te worden in samenhang met de in het Nederlands gestelde oproep. De bijlage biedt daartoe aan de vertaling van de weekdagen en de maanden. Met die aangereikte sleutel moet het verdachte duidelijk kunnen zijn geweest dat hij op dinsdag 10 juni 2014 te 15.00 uur in Leeuwarden aan het adres Wilhelminaplein 1 terecht moest staan.
Ad 3
Betekening heeft plaats gevonden op 9 april 2014. De terechtzitting was op 10 juni 2014. Aldus is een termijn van meer dan 40 dagen in acht genomen. Aan het verweer ontbreekt dus feitelijke grondslag.
De slotsom is dat de verweren worden verworpen. De dagvaarding was geldig.
Omdat het hof op 10 juni 2014 deze beslissing niet ter terechtzitting heeft genomen en de zaak vervolgens dus niet inhoudelijk aan de orde is gekomen zal thans het onderzoek ter terechtzitting moeten worden heropend met onmiddellijke schorsing van dat onderzoek tot een nader te bepalen datum en tijdstip.

BESLISSING

Het hof:
Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de verdachte en een tolk in de Roemeense taal tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van verdachte en aan de benadeelde partij.
Aldus gewezen door
mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter,
mr P.A.H. Lemaire en mr. T.M.L. Wolters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,
en op 24 juni 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.