Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
ASR,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 26 juni 2014 het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland vernietigd waarbij appellant in staat van faillissement was verklaard op verzoek van ASR Schadeverzekering N.V. ASR had een vordering van ruim €90.000,- tegen appellant wegens aansprakelijkheid voor brandschade, maar appellant betwistte deze vordering en stelde dat er sprake is van een civiele procedure tegen ASR.
De rechtbank had het faillissement uitgesproken op basis van summier bewijs van het bestaan van de vordering en de toestand van opgehouden te betalen zijn. Het hof oordeelde echter dat het bestaan van de vordering van ASR niet summierlijk was gebleken, mede omdat de curator deze vordering betwistte en bereid was de procedure over te nemen. Tevens was onvoldoende aannemelijk dat appellant daadwerkelijk opgehouden was te betalen, aangezien hij de vorderingen om inhoudelijke redenen betwistte en betalingsregelingen had getroffen met andere schuldeisers.
Het hof hechtte ook gewicht aan de verklaring van de curator dat de onderneming van appellant gezond was en dat het geschil meer een handelszaak betrof dan een faillissementskwestie. Daarom werd het faillissement vernietigd en het verzoek van ASR afgewezen. Tevens werden de faillissementskosten en proceskosten ten laste van ASR gebracht.
Uitkomst: Het hof vernietigt de faillietverklaring en wijst het verzoek tot faillietverklaring af wegens onvoldoende bewijs van betalingsonmacht.