ECLI:NL:GHARL:2014:5289
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ondertoezichtstelling minderjarige afgewezen wegens onvoldoende noodzaak
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, die de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind had bevolen. De moeder verzocht het hof deze beschikking te vernietigen en het verzoek tot ondertoezichtstelling af te wijzen.
De feiten betreffen een langdurige en hevige strijd tussen de ouders, waarbij het kind betrokken is geraakt en gedragsproblemen vertoont, waaronder vermoedens van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De vader heeft zijn verzoeken tot gezamenlijk gezag en omgang ingetrokken en wenst geen contact meer met het kind of betrokken instanties. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde ondertoezichtstelling vanwege de bedreiging van de geestelijke en zedelijke belangen van het kind.
Het hof oordeelt dat hoewel er zorgen zijn over de ontwikkeling van het kind, andere middelen dan ondertoezichtstelling nog niet zijn uitgeput en dat de moeder de zorgen erkent en bereid is tot vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom niet noodzakelijk. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de Raad af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.