ECLI:NL:GHARL:2014:5290
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling bij uithuisplaatsing kind na schriftelijke aanwijzing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die een schriftelijke aanwijzing van de stichting tot omgangsbeperking handhaafde na uithuisplaatsing van haar kind in een pleeggezin. Het kind verblijft sinds augustus 2013 in een pleeggezin dat als perspectief biedend wordt gezien.
De schriftelijke aanwijzing uit september 2013 bepaalde omgang op neutraal terrein, begeleid en met een frequentie van eenmaal per veertien dagen een uur. Na evaluaties is de omgangsregeling aangepast naar eenmaal per drie weken anderhalf uur, waarbij ook de grootouders betrokken zijn. De moeder verzocht om vervallenverklaring van de oorspronkelijke aanwijzing en een omgangsregeling van minimaal drie dagen per week vier uur per dag.
Het hof oordeelt dat de oorspronkelijke schriftelijke aanwijzing, hoewel inmiddels verlopen, inhoudelijk getoetst moet worden en dat de omgangsregeling destijds passend was gezien het belang van het kind. De latere omgangsregeling is geen voortzetting van de schriftelijke aanwijzing. Het verzoek tot vaststelling van een ruimere omgangsregeling wordt afgewezen omdat de huidige regeling in het belang van het kind is en flexibiliteit vereist blijft. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd onder verbetering van gronden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing en tot vaststelling van een ruimere omgangsregeling af.