Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De grieven
4.De vaststaande feiten
- Tot 1 juni 2013 wordt er door Instore Kids Corners € 5.304,00 bruto per maand aan salaris betaald;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de handhaving van een relatiebeding centraal na het ontslag van de commercieel directeur van Instore Kids Corners (IKC). De arbeidsovereenkomst bevatte een relatiebeding dat gedurende de arbeidsovereenkomst en twee jaar daarna werkzaamheden voor bestaande cliënten verbood. Na het ontslag per 1 juni 2013 trad de voormalig directeur in dienst bij een concurrerend bedrijf, Global Attractions.
IKC vorderde nakoming van het relatiebeding en betaling van boetes wegens overtreding. De kantonrechter kende boetes toe maar matigde deze tot een maximum van € 10.000,- en wees een voorschotbetaling af. Beide partijen gingen in hoger beroep met uiteenlopende grieven.
Het hof oordeelde dat de voormalig directeur het relatiebeding heeft overtreden door werkzaamheden te verrichten voor dochtermaatschappijen van Global Attractions die destijds klant waren van IKC. Het hof bevestigde dat het relatiebeding stilzwijgend was herbevestigd in de vaststellingsovereenkomst bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De belangenafweging leidde tot handhaving van het beding en het opleggen van een voorschot van € 5.000,- op de boetes. Het incidenteel hoger beroep van de voormalig directeur werd verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van het relatiebeding voor bescherming van bedrijfskennis en klantrelaties, en bevestigt dat boetes ook een prikkelfunctie hebben. Het hof matigde het boetebedrag niet verder en compenseerde de proceskosten in het principaal hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt het relatiebeding en veroordeelt de voormalig directeur tot betaling van € 5.000,- voorschot op boetes wegens overtreding van het beding.