Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
I. Te vernietigen het vonnis waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [geïntimeerde] af te wijzen;
3.De vaststaande feiten
De echtelijke woning, het bedrijfsgebouw, behorende bij het bedrijf van partijen zal worden toegescheiden aan de man. De man verplicht zich de daar tegenover staande hypothecaire schuld aan de bank te voldoen. Hij verplicht zich in te spannen de vrouw te doen ontslaan uit de hoofdelijkheid, voortvloeiend uit de hypothecaire lening bij [hypotheekverstrekker]. De kosten van de overdracht in eigendom van de woning zullen door de man worden gedragen. Deze overdracht dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand na inschrijving van de het echtscheiding, te geschieden.”