Belanghebbende vroeg om toepassing van het kwarttarief motorrijtuigenbelasting voor zijn kampeerauto met ingang van 30 januari 2012. De Inspecteur kende het kwarttarief toe met ingang van 30 januari 2013, het begin van het tijdvak waarin het verzoek werd gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep bevestigde het hof deze uitspraak, stellende dat de wet en het Kaderbesluit geen ruimte bieden voor een terugwerkende kracht verder dan het tijdvak van het verzoek. Het hof oordeelde dat het niet kenbaar zijn van de noodzaak tot verzoek voor rekening van belanghebbende komt.
Verder stelde het hof dat de registratie in het kentekensysteem als kampeerauto niet bepalend is voor de toepassing van het kwarttarief. Ook het beroep op billijkheid en gewijzigde regelgeving per 1 januari 2013 faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.