Uitspraak
[B.V. A],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert [B.V. A] betaling van onbetaalde facturen en proceskosten van [geïntimeerde], bestuurder en vereffenaar van de failliete Italiaanse vennootschap [Italiaanse rechtspersoon]. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van de EEX-verordening en Nederlands recht is van toepassing.
De feiten zijn dat [Italiaanse rechtspersoon] producten bij [B.V. A] bestelde en een deel van de facturen onbetaald liet. [geïntimeerde] stelde dat zij de vennootschap niet had geliquideerd in juni 2010 en dat zij zich geen activa had toegeëigend. De rechtbank wees de vordering tegen [geïntimeerde] af, waarna hoger beroep volgde.
Het hof oordeelt dat [B.V. A] onvoldoende heeft onderbouwd dat [geïntimeerde] wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de vennootschap niet zou betalen en geen verhaal zou bieden, noch dat zij als vereffenaar onrechtmatig handelde. Ook is onvoldoende gesteld voor vereenzelviging van [geïntimeerde] met de vennootschap. De grieven falen, het vonnis wordt bekrachtigd en [B.V. A] wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tegen de bestuurder af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.