Uitspraak
8 juli 2014
[Z](hierna: verzoeker)
De procedure
2.De ontvankelijkheid van het verzoek
Nu sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk verzoek kan een mondelinge behandeling achterwege blijven.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker heeft in hoger beroep een wrakingsverzoek ingediend tegen meerdere raadsheren die mogelijk de behandeling van zijn zaken zouden verzorgen. Het verzoek richtte zich tegen negen specifieke raadsheren en de toekomstige behandelaars van een andere zaak.
De wrakingskamer toetste het verzoek aan artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat stelt dat een partij rechters kan wraken indien feiten of omstandigheden de onpartijdigheid van de rechter kunnen aantasten. Echter, op het moment van beoordeling waren nog geen raadsheren aangewezen voor de behandeling van de betreffende zaken.
Daarom werd het wrakingsverzoek als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld, waardoor een mondelinge behandeling achterwege kon blijven. De wrakingskamer heeft het verzoek formeel afgewezen en deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk volgens artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb.
Uitkomst: Verzoek tot wraking is niet-ontvankelijk verklaard omdat nog geen raadsheren met de behandeling van de zaken zijn belast.