Uitspraak
1.[de pleegouders],
de pleegouders,
2.Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland,
BJZ.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is ontheven van het gezag over haar kind nadat de Raad voor de Kinderbescherming en Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland (BJZ) een verzoek daartoe hadden ingediend. De moeder was het niet eens met deze beslissing en ging in hoger beroep.
De feiten tonen aan dat het kind sinds 2008 onder toezicht staat en sinds 2012 in een pleeggezin verblijft vanwege sociaal-emotionele problematiek en een aandachtstekortstoornis met impulsiviteit en hyperactiviteit. De moeder heeft een geschiedenis van psychiatrische problematiek, waaronder een borderline stoornis en ADHD, en heeft ondanks intensieve behandeling en medicatie onvoldoende veiligheid en structuur kunnen bieden.
Het hof stelt dat het belang van het kind voorop staat, met name de noodzaak van continuïteit en veiligheid in de opvoedingssituatie. De moeder is niet in staat om aan de specifieke opvoedingsbehoeften van het kind te voldoen. Het pleeggezin biedt het kind een veilig perspectief en het voortzetten van de pleegzorg is noodzakelijk voor zijn gezonde ontwikkeling.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank die de moeder ontheft van het gezag en BJZ benoemt tot voogd, met behoud van het recht van de moeder op contact met het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het gezag van de moeder over het kind en benoemt BJZ tot voogd.