Uitspraak
de moeder,
de raad.
1.[belanghebbenden],
de pleegouders,
BJZ.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar ontheft van het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter, die sinds 2010 uit huis is geplaatst en bij pleegouders woont. De Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg hebben het verzoek tot ontheffing ondersteund.
De minderjarige is geboren in 2010 en woont sinds februari 2011 bij pleegouders. De ouders hebben een instabiele leef- en woonsituatie gekend met financiële en psychische problemen, en hebben hun oudere kinderen uit huis zien geplaatst. Ondanks pogingen tot verbetering sinds 2012, is de moeder niet in staat gebleken om de opvoedingscapaciteiten te bieden die haar dochter nodig heeft.
De omgangsregeling met de ouders verloopt moeizaam en de moeder vertoont vluchtgedrag onder stress, wat het vertrouwen van het kind schaadt. Het hof acht de moeder onmachtig haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen en ziet geen zicht op terugplaatsing. Het belang van het kind bij stabiliteit en continuïteit in het pleeggezin weegt zwaar.
Het hof sluit zich aan bij de rechtbank en bekrachtigt de ontheffing van het ouderlijk gezag, waarbij het belang van het kind en de noodzaak van een veilige opvoedsituatie voorop staan. De moeder wordt ontheven van het gezag en Bureau Jeugdzorg blijft voogd.
Uitkomst: De ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige dochter wordt bekrachtigd.