Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
'neemt in deze beschikking op de inhoud van het convenant, waarvan een door de griffier gewaarmerkt afschrift aan deze beschikking is gehecht'.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn in 2004 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Het huwelijk is in 2013 ontbonden. Bij convenant van 6 december 2012 is overeengekomen dat de man € 500 per maand bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, vastgelegd in een beschikking van 7 februari 2013. De man verzocht de rechtbank om deze bijdrage met ingang van 1 augustus 2013 op nihil te stellen. De rechtbank wijzigde de bijdrage inderdaad naar nihil.
De vrouw ging in hoger beroep tegen deze wijziging en verzocht het hof de beschikking te vernietigen en het verzoek van de man af te wijzen. Het hof oordeelde dat de wijziging niet gegrond kon zijn op artikel 1:401 lid 4 BW Pro, maar mogelijk wel op lid 5 BW. Dit lid maakt wijziging mogelijk indien de overeenkomst met grove miskenning van wettelijke maatstaven is aangegaan.
Het hof stelde vast dat partijen bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven, onder meer door geen rekening te houden met de aflossing van een schuld van de man aan de vrouw. De man had onvoldoende onderbouwd dat hij onjuist was voorgelicht of dat de behoefte van de kinderen niet juist was berekend. Ook was geen ingrijpende wijziging van omstandigheden aannemelijk gemaakt die een wijziging van de overeenkomst rechtvaardigt.
Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de man af, waarmee de oorspronkelijke bijdrage van € 500 per maand in stand bleef.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot wijziging van de kinderalimentatie af en bevestigt de oorspronkelijke bijdrage van € 500 per maand.