Uitspraak
de man,
[de juridische vader],
de vrouwen
de juridische vader, alsmede
de ouders,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man, biologische vader van een in 2003 geboren kind, verzocht om een omgangsregeling met het kind. De rechtbank wees dit verzoek af en het hof bevestigde deze beslissing in hoger beroep.
Het geschil draaide om de vraag of er sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en het kind, een vereiste voor het toekennen van omgangsrecht op grond van artikel 1:377a BW en artikel 8 EVRM Pro. De man stelde dat een dergelijke betrekking bestond, terwijl de moeder en de juridische vader dit betwistten.
Het hof oordeelde dat hoewel de man biologisch verwant is, hij onvoldoende betrokkenheid en belangstelling bij het kind heeft getoond. De relatie tussen de man en de moeder was ongelijkwaardig en instabiel, en de man was vanaf het begin van de zwangerschap tot na de geboorte nauwelijks betrokken. Er was geen sprake van een gezinsleven of nauwe band, en de man had het contact zelf verbroken. De omstandigheden waren onvoldoende om een nauwe persoonlijke betrekking aan te nemen.
Daarom werd het verzoek tot omgangsregeling afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De proceskosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omgangsregeling af wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en het kind.