Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
I. de schuld aan het UWV volledig door de man wordt afgelost zonder dat er verrekening met de vrouw plaatsvindt;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en zijn gescheiden waarbij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd uitgesplitst. De rechtbank had bepaald dat schulden aan het UWV en de Nederlandsche Voorschotbank bij helfte door partijen gedragen moesten worden. De vrouw stelde dat de schuld aan het UWV aan de man verknocht was vanwege fraude, maar kon dit niet bewijzen. Het hof oordeelde dat de schuld niet buiten de gemeenschap viel.
Verder werd geoordeeld dat belastingteruggaven over 2010 en 2011 bij helfte verdeeld moesten worden, en dat het saldo van een beleggingsrekening bij SNS Bank na verkoop van de woning bij helfte verdeeld moest worden. De vrouw had onvoldoende bewijs dat de man lichtvaardig schulden had gemaakt die de gemeenschap benadeelden, zodat de kredietschuld bij de Nederlandsche Voorschotbank ook bij helfte gedragen moet worden.
In het incidenteel appel werd een verzoek van de man tot verrekening van kosten deels toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd omdat partijen gewezen echtgenoten zijn. Het hof vernietigde de beschikking deels en deed nieuwe bepalingen over de verdeling van belastingteruggaven en de beleggingsrekening, terwijl de rest van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de beschikking over belastingteruggaven en beleggingsrekening en bepaalt dat deze bij helfte worden verdeeld, bekrachtigt verder de beschikking en compenseert de proceskosten.