Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
beiden wonende te [woonplaats],
[geïntimeerden],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
- een deskundigenrapport d.d. 7 februari 2014;
- een begrotingsbeschikking van de raadsheer-commissaris d.d. 17 maart 2014;
- een memorie na deskundigenbericht van [appellant];
- een antwoordmemorie na deskundigenbericht.
2.De verdere beoordeling in hoger beroep
1) Rust het balkon van [geïntimeerden] op de uitbouw van [appellant], in die zin dat er belastingoverdracht plaatsvindt vanuit het balkon naar de uitbouw van [appellant]?
2) Heeft uw antwoord op de vorige vraag tot gevolg dat geoordeeld moet worden dat de scheurvorming in de uitbouw van [appellant] (mede) is veroorzaakt doordat het balkon van [geïntimeerden] op de uitbouw van [appellant] rust? Zo ja, voor welke deel (percentage) is naar uw inschatting het balkon van [geïntimeerden] debet aan de scheurvorming in de uitbouw van [appellant]?
3) Als de uitbouw van [appellant] later is aangebouwd aan het pand van [geïntimeerden], had [appellant] of diens rechtsvoorganger maatregelen kunnen treffen - door het aanbrengen van dilatatie en/of anderszins - om scheurvorming in de uitbouw te voorkomen? Zo ja, kunt u een inschatting geven in hoeverre (percentage) de schade hierdoor is ontstaan?
4) Kunt u een inschatting geven in welke mate (percentage) de beperkte samenhang van de achtergevel van de uitbouw aan de scheurvorming heeft bijgedragen?
5) Heeft u nog verdere opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?
"(…) Bovenstaande vragen zijn door ondergetekende op 15 april 2013 beantwoord
Uit de inspectie blijkt dat de onderzijde van de (buiten)gevel van de uitbouw van de
Onderzoek heeft uitgewezen dat de "balkon-aanbouw" aan het pand van [geïntimeerden] midden vorige eeuw (1945-1950) is aangebracht met een gemeenschappelijk deel van circa 3 à 4 m aan de achtergevel van [adres](pand [appellant]). De fundering van het gemeenschappelijke ofwel direct aanliggende geveldeel kantelt zodanig schuin, dat de fundering aan de [adres]-pandzijde (pand [geïntimeerden]) sterk naar beneden is gezakt en aan de [adres]-pandzijde naar boven is gekanteld. De eenzijdige belasting van de "balkon-aanbouw" heeft aldus in de ondergrond een extra zetting veroorzaakt, welke de muur van [adres]zodanige trekbelasting oplegt, dat deze scheurvorming te zien geeft. Ook de scheurpatronen geven aan, dat voornamelijk de naderhand aangebrachte balkon-aanbouw, zich horizontaal van het pand [adres]afkantelt, alsmede hier een extra verticale zetting geeft bij het gezamenlijke deel. Het afkantelen heeft te maken met het feit dat de ondergrond onder de oude fundering zich al voor 90% heeft aangepast aan de belasting (namelijk vanaf 1900 tot 1945).
zonder verband met de eerste faserechtstreeks op de achtergevel en dus op de fundering van het pand van [appellant] en heeft zodoende de opgetreden scheurvorming veroorzaakt.
grief IIIslaagt (zie rechtsoverweging 19-21 van het tussenarrest van 24 april 2012).
schutting 2")is afgewezen. Het hof zal de vordering sub 3 toewijzen als in het dictum geformuleerd. Voor het overige zal het hof de bestreden vonnissen bekrachtigen.
3.De beslissing
"schutting 2") is afgewezen en doet opnieuw recht;
schutting 2")te verwijderen en verwijderd te houden, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, tot een maximum van € 10.000,-, voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat [geïntimeerden] na betekening nalaten aan deze veroordeling te voldoen;