Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
De vaststaande feiten
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Na ontbinding van het huwelijk in 2008 tussen de man en vrouw, oefenden zij gezamenlijk gezag uit over hun minderjarige kind. De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op nihil vanwege een voorgenomen WSNP-aanvraag, maar na beëindiging van de schuldsanering van beide partijen verzocht de vrouw om vaststelling van een bijdrage van €75 per maand.
De man kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en voerde onder meer aan dat zijn draagkracht onvoldoende was en dat rekening moest worden gehouden met zijn woonlasten en reiskosten. Het hof hanteerde de normen van de Expertgroep Alimentatienormen en berekende de behoefte van het kind op €362 per maand, verminderd met het kindgebonden budget tot €274.
Gezien de beperkte draagkracht van beide ouders en de zorgkorting, oordeelde het hof dat de man moet bijdragen tot het volledige bedrag van zijn draagkracht (€75). Het beroep op de aanvaardbaarheidstoets werd afgewezen omdat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn financiële situatie onaanvaardbaar zou worden. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de rechtbankbeschikking en legt de man een kinderalimentatie van €75 per maand op.