De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die haar verzoek tot intrekking van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar drie minderjarige kinderen heeft afgewezen. De kinderen zijn sinds mei 2012 uit huis geplaatst en staan onder toezicht van de Stichting Bureau Jeugdzorg Drenthe.
De feiten tonen een problematische thuissituatie met huiselijk geweld, alcoholproblematiek bij de vader en opvoedingsproblemen bij de moeder, waaronder mishandeling en onvoldoende zorg. De kinderen verblijven sindsdien in een zorgboerderij en pleeggezin waar zij zijn opgebloeid.
De moeder stelde dat zij inmiddels nieuwe huisvesting heeft en instemt met de uithuisplaatsing van een kind, waardoor de machtiging beëindigd zou moeten worden. Het hof oordeelt echter dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat zij de regie over de opvoeding en plaatsing van de kinderen kan voeren. De stichting en betrokken deskundigen constateren dat de moeder basale opvoedingsvaardigheden mist en moeite heeft met het begrenzen van de kinderen.
Ook de diagnose PDD-NOS en een verstandelijke beperking bij de moeder maken het lastig voor haar om de zorg volledig op zich te nemen. Het hof acht het belang van de kinderen en hun veiligheid en stabiliteit zwaarder dan de wensen van de moeder. Daarom wordt de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd en blijft de machtiging tot uithuisplaatsing van kracht.