ECLI:NL:GHARL:2014:8037
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.D. den Hartog
- H. Abbink
- A.R. van der Winkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over aftrek loon- en kansspelbelasting bij ontnemingsmaatregel
In deze zaak bevestigt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inzake de ontnemingsvordering tegen de veroordeelde. De kern van het geschil betrof de vraag of betaalde loonheffing en kansspelbelasting in mindering mogen worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De advocaat-generaal stelde dat deze belastingen geen directe relatie hebben met het strafbare feit omdat zij pas ontstaan na voltooiing van het strafbare handelen. Het hof oordeelt echter dat de betaalde bedragen aan loonheffing en kansspelbelasting wel degelijk uitgaven zijn die in directe relatie staan tot de bewezen strafbare feiten en daarom als kosten mogen worden aangemerkt.
Verder overweegt het hof dat het arrest van de Hoge Raad uit 1998, dat betrekking had op inkomstenbelasting, niet van toepassing is op loon- en kansspelbelasting. Deze belastingen worden niet gecorrigeerd door de ontnemingsmaatregel en zijn expliciet vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met de belastingdienst.
De stelling van de advocaat-generaal dat dubbele verrekening zou optreden wordt door het hof verworpen, omdat er geen aanwijzingen zijn dat bij de berekening van de loon- en kansspelbelasting al rekening is gehouden met de ontnemingsmaatregel. Het hof bevestigt daarom het vonnis waarvan beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat betaalde loon- en kansspelbelasting als kosten mogen worden afgetrokken bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.