Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten en de procedure in eerste aanleg
Alimentatie
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
Algemeen
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1974 gehuwd en in 2002 gescheiden waarbij de man partneralimentatie betaalde aan de vrouw van €14.000 bruto per jaar. In 2012 werd deze bijdrage op nihil gesteld. De vrouw verzocht vervolgens om hernieuwde vaststelling van de alimentatie, waarop de rechtbank in 2014 bepaalde dat de man €14.000 bruto per jaar moest betalen.
De man ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de bijdrage moest worden verlaagd tot €400 per maand, met als kernpunten de behoefte van de vrouw en zijn draagkracht. Het hof oordeelde dat de behoefte van de vrouw gelijk blijft aan de in 2002 vastgestelde behoefte, maar dat haar eigen inkomen van circa €760 netto per maand in mindering moet worden gebracht, waardoor haar resterende behoefte €495 bruto per maand bedraagt.
De draagkracht van de man werd vastgesteld op €3.146 netto per maand, waarbij rekening werd gehouden met een belastingdruk van 21,3% en diverse persoonlijke lasten. Het hof achtte de draagkracht van de man toereikend om de bijdrage van €495 bruto per maand te voldoen en vernietigde de eerdere beschikking, waarbij het hof de alimentatie op dit bedrag vaststelde met ingang van 17 juni 2013.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €495 bruto per maand met ingang van 17 juni 2013.