Uitspraak
1.Het verdere procesverloop
2.De motivering van de beslissing
3.De beslissing
mr. P.J. Landman, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 23 oktober 2014 in het bijzijn van de griffier.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake de machtiging tot uithuisplaatsing van verzoeker in een gesloten jeugdzorgvoorziening. De bestreden beschikking verleende een machtiging voor de periode van 16 maart 2014 tot 16 september 2014.
Verzoeker had een rechtens relevant belang om de rechtmatigheid van deze machtiging te laten toetsen, ondanks dat de periode inmiddels was verstreken. In een eerdere tussenbeschikking had het hof de schorsing van de bewaring van verzoeker onder voorwaarden toegestaan, waaronder jeugdreclasseringstoezicht en het opstellen van een plan voor schoolgang en hulpverlening.
De stichting meldde echter dat zij niet in slaagden een school voor verzoeker te vinden en dat een plan voor plaatsing bij de pleegmoeder niet aan de orde was. Verzoeker was gestart met een traject binnen de gesloten jeugdzorgvoorziening, maar liep zonder reden weg en is sindsdien onvindbaar. De stichting acht verblijf in een gesloten voorziening noodzakelijk vanwege het risico op onttrekking aan de zorg.
Het hof concludeerde dat niet aan de voorwaarden was voldaan en bekrachtigde daarom de bestreden beschikking tot plaatsing in gesloten jeugdzorg. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot plaatsing van verzoeker in een gesloten jeugdzorgvoorziening wordt bekrachtigd wegens niet-naleving van schorsingsvoorwaarden en onvindbaarheid.