Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Univé,
de Staat,
1.Het geding in eerste instantie
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
dinsdag 11 november 2014voor uitlating partijen (akte/pleidooi/arrest/doorhaling).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure staat de aansprakelijkheid van verzekeraar Univé centraal na een autobrandaanslag op een rijkswegafrit waarbij schade aan het wegdek ontstond. De Staat vordert vergoeding van herstelkosten en administratiekosten, gebaseerd op aansprakelijkheid van de verzekerde als bezitter van een gebrekkige zaak volgens art. 6:173 BW Pro.
In hoger beroep wijzigt de Staat haar grondslag en stelt tevens aansprakelijkheid op basis van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW Pro) in samenhang met de WAM. Univé betwist deze wijziging en stelt dat zij hierdoor haar verdediging niet adequaat kan voeren en dat de nieuwe grondslag de vordering niet kan dragen.
Het hof overweegt dat de wet eiswijziging in hoger beroep toestaat mits dit niet leidt tot onredelijke vertraging of bemoeilijking van de verdediging. De eiswijziging vond tijdig plaats in de memorie van antwoord en de wederpartij heeft geen onredelijke hinder ondervonden. Het ontbreken van een tweede feitelijke instantie voor de nieuwe grondslag is inherent aan het systeem en vormt geen bezwaar.
Daarom worden de bezwaren van Univé tegen de eiswijziging verworpen. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling, waarbij de inhoudelijke beoordeling van de nieuwe grondslag in de hoofdzaak zal plaatsvinden.
Uitkomst: Het hof verwerpt de bezwaren van Univé tegen de eiswijziging en verwijst de zaak naar de rol voor verdere behandeling.