Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
aan haarte betalen bijdrage voor [minderjarige 3] met ingang van 10 juni 2013 te bepalen op € 100,- per maand en de bijdrage voor [kind 1] en [minderjarige 4] met ingang van 10 juni 2013 op € 230,30 per kind per maand. De man concludeert tot bekrachtiging van de beschikking waarvan beroep.
4.De beoordeling
"althans met ingang van een door uw rechtbank te bepalen datum en op een bedrag als uw rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren", hetgeen naar de mening van de man inhoudt dat de rechtbank een hoger of lager bedrag kan vaststellen dan het genoemde bedrag, zodat de grief van de vrouw geen doel treft
.