Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 24 januari 2014;
- de memorie van grieven, met een productie;
- de memorie van antwoord, met een productie.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de eigendomsoverdracht van een gestolen BMW centraal. De auto werd door geïntimeerde gekocht van appellante, doorverkocht aan een derde, en later weer teruggekocht. Na constatering van diefstal en strafrechtelijk beslag werd de koopovereenkomst ontbonden en vorderde het bedrijf terugbetaling en schadevergoeding.
De rechtbank had appellante veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom en schadevergoeding aan geïntimeerde. Het geschil in hoger beroep spitst zich toe op de vraag of appellante tekort is geschoten in de eigendomsoverdracht, waarbij de wettelijke bescherming van derden te goeder trouw en de teruggave van de auto aan de bestolene centraal staan.
Het hof verwijst naar de wettelijke bepalingen omtrent overdracht van roerende zaken en de uitzonderingen bij diefstal. Geïntimeerde stelde dat de auto daadwerkelijk aan de bestolene is teruggegeven, ondersteund door een brief van de officier van justitie. Omdat appellante zich hierover nog niet heeft kunnen uitlaten en de uitvoering van de teruggave niet duidelijk is, wordt de zaak aangehouden om partijen gelegenheid te geven zich nader uit te laten.
De beslissing is dat de zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere stukken en dat verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en uitlatingen over teruggave aan de bestolene.