Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoekster],
BJZ.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van een jeugdige tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot gesloten jeugdzorg verlengde van 13 augustus 2014 tot 29 januari 2015. De jeugdige, geboren in 1997 en sinds het overlijden van haar ouders onder voogdij van Bureau Jeugdzorg (BJZ), wenst de duur van de machtiging te beperken tot 29 december 2014 en een toetsingsmoment vóór haar meerderjarigheid.
BJZ verzet zich tegen deze verkorting en stelt dat de machtiging gehandhaafd moet blijven. Het hof stelt vast dat de jeugdige ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Zij vertoont problematisch gedrag, waaronder weglopen en contact met een loverboy, en onttrekt zich aan noodzakelijke hulpverlening.
Het hof oordeelt dat de gesloten jeugdzorg noodzakelijk blijft om te voorkomen dat de jeugdige zich aan zorg onttrekt. De gevraagde verkorting en tussentijdse toetsing worden afgewezen. De beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd en de machtiging blijft geldig tot 29 januari 2015. De beschikking is bij voorraad uitvoerbaar.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten jeugdzorg wordt bekrachtigd tot 29 januari 2015, zonder verkorting of tussentijdse toetsing.