Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Vaststaande feiten
4.De beoordeling
(…) De schuldenaar is thans in loondienst, op parttime basis, bij [werkgever]. Dit bedrijf is in
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De failliet verklaarde schuldenaar had een akkoord aangeboden aan zijn schuldeisers dat door de rechtbank was gehomologeerd. De enige niet-akkoord gaande schuldeiser stelde dat de homologatie op grond van de Faillissementswet geweigerd had moeten worden. In hoger beroep werd dit beroep ontvankelijk verklaard ondanks een foutieve verklaring van non-appel.
Het hof oordeelde dat het akkoord bedenkingen opriep, onder meer vanwege de geringe uitkering van 1% aan concurrente schuldeisers en het feit dat de schuldenaar mogelijk in de toekomst hogere inkomsten kan genereren. De schuldenaar gaf onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie, met name over zijn relatie met zijn partner en de verschillende woonadressen, en kon vragen hierover niet afdoende beantwoorden.
De rechter-commissaris had negatief geadviseerd vanwege de onduidelijkheden en het perspectief op hogere toekomstige inkomsten. Het hof stelde dat de procedure gericht is op een spoedige beslissing en dat de rechter niet gebonden is aan de standpunten van partijen. Gezien de tekortkomingen in transparantie en de inhoudelijke bedenkingen werd de homologatie geweigerd.
De proceskosten werden niet aan de appellant opgelegd vanwege de aard van de procedure. Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en weigert de homologatie van het aangeboden akkoord.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en weigert de homologatie van het faillissementsakkoord.