ECLI:NL:GHARL:2014:9207
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: draagkrachtberekening en aanvaardbaarheidstoets
In deze zaak staat de vaststelling van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van drie minderjarige kinderen centraal. De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die hem verplichtte €200 per maand te betalen. Het hof constateert dat de behoefte van de kinderen minimaal €200 per maand bedraagt, maar dat partijen onvoldoende draagkracht hebben om dit volledig te voldoen.
De man heeft een wisselend inkomen, deels uit arbeid via een uitzendbureau en deels uit een WW-uitkering. Het hof berekent het netto besteedbaar inkomen van de man op €1.329 per maand in 2013 en €1.236 per maand in 2014, en stelt zijn draagkracht vast op respectievelijk €99 en €50 per maand. De man woont bij zijn ouders, waardoor het forfaitaire woonlastenbedrag wordt gehandhaafd. Zijn schulden zijn na het uiteengaan van partijen ontstaan en worden als verwijtbaar beoordeeld, waardoor geen correctie op zijn draagkracht wordt toegepast.
De vrouw ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering en wordt een minimale draagkracht van €50 per maand toegerekend. Omdat de man weinig zorg voor de kinderen op zich neemt, wordt geen zorgkorting toegekend. De aanvaardbaarheidstoets faalt omdat de man onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn minimale aflossingsverplichtingen op schulden. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt de alimentatiebedragen zoals berekend, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 april 2013 €99 per maand en vanaf 1 januari 2014 €50 per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.