ECLI:NL:GHARL:2014:9374

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 december 2014
Publicatiedatum
3 december 2014
Zaaknummer
200.157.826
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. CIV Wet HGK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak hoger beroep na Wet HGK en procedurele beoordeling dagvaarding

In deze civiele zaak betreft het hoger beroep tegen vonnissen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, gewezen in 2013 en 2014. De appellant heeft op 20 augustus 2014 hoger beroep ingesteld tegen deze vonnissen. Tijdens de zitting op 25 november 2014 is gebleken dat de dagvaarding om te verschijnen ter zitting van het gerechtshof Arnhem niet correct was.

Het hof constateert dat de rechtbank Gelderland sinds 1 januari 2013 onder het rechtsgebied van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden valt, conform de Wet herziening gerechtelijke kaart (Wet HGK). Omdat het hoger beroep na de inwerkingtreding van deze wet is ingesteld, is het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevoegd om te oordelen over het hoger beroep.

Het hof besluit daarom de zaak, in de huidige stand, te verwijzen naar de rol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, en stelt de zaak op de rol voor 23 december 2014 met het oog op het afwachten van de betaling van het griffierecht door de appellant. Verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de juiste rol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.157.826
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 2432213)
arrest van de eerste kamer van 2 december 2014
in de zaak van
[appellant] ,wonende te [woonplaats] , België,
appellant,
hierna: ‘ [appellant] ’,
advocaat: mr. B.G. Liefferink,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] Installatietechniek B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna: ‘ [geïntimeerde] ’,
advocaat: mr. M.H. Andreae.

1.Het geding in eerste aanleg

Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 16 oktober 2013, 5 maart 2014 en 21 mei 2014 die de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, voor wat betreft het laatstgenoemde vonnis, heeft gewezen tussen [appellant] als eiser in verzet in conventie, eiser in reconventie, en [geïntimeerde] als gedaagde in verzet in conventie, verweerder in reconventie.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Bij exploot van 20 augustus 2014 heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen voornoemde vonnissen van 16 oktober 2013, 5 maart 2014 en 21 mei 2014, met dagvaarding van [geïntimeerde] om op de roldatum 25 november 2014 ter zitting van het gerechtshof Arnhem te verschijnen.
2.2
Op de roldatum 25 november 2014 heeft [appellant] de zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem aangebracht en is [geïntimeerde] bij advocaat verschenen
2.3
Daarna heeft de rolraadsheer ambtshalve arrest bepaald.
3
De beoordeling van de bevoegdheid van dit gerechtshof
3.1
De dagvaarding om te verschijnen ter zitting van het gerechtshof Arnhem is niet juist.
3.2
De bestreden vonnissen van 16 oktober 2013 en 5 maart 2014 en 21 mei 2014 zijn gewezen door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem. Deze rechtbanken vallen - gelet op artikel CIV van de Wet herziening gerechtelijke kaart (verder: Wet HGK) (
Staatsblad2012, 313) – sedert die per 1 januari 2013 in werking getreden wet binnen het rechtsgebied van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hoger beroep is aanhangig gemaakt - door het uitbrengen van de dagvaarding in hoger beroep op 20 augustus 2014 - ná inwerkingtreding van de Wet HGK, zodat dat hof bevoegd is in hoger beroep over voornoemde vonnissen te oordelen.
3.3
Gelet op het voorgaande zal het hof de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem.

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, en bepaalt dat de zaak op de rol van 23 december 2014 van dat gerechtshof wordt geplaatst voor ‘afwachten griffierecht appellant, uiterste betaaldatum
23 december 2014’;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.J.P. Lock, K.J. Haarhuis en C.J. Laurentius-Kooter, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 december 2014.