Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland vernietigd dat de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling had geweigerd. De appellant, die sinds 2012 onder de regeling viel, verzocht om voortijdige beëindiging vanwege haar blijvende arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van draagkracht om aan haar verplichtingen te voldoen.
De rechtbank had geweigerd de regeling te beëindigen omdat een medische verklaring ontbrak en de ontheffing van de sollicitatieplicht niet door de rechter-commissaris was bevestigd. Het hof oordeelde anders en achtte een medische verklaring niet noodzakelijk gezien het uitgebreide verzekeringsgeneeskundig advies uit 2005 en de recente gemeentelijke ontheffing van de sollicitatieplicht, waaruit blijkt dat appellant door chronische klachten niet in staat is te werken.
Het hof stelde vast dat appellant al ruim 35 jaar niet meer heeft deelgenomen aan het arbeidsproces en dat er geen uitzicht is op verbetering van haar afdrachtcapaciteit. Voortzetting van de regeling was daarom niet gerechtvaardigd. Het hof vernietigde het bestreden vonnis, beëindigde de schuldsaneringsregeling en kende appellant de schone lei toe, waarbij de resterende schulden niet langer afdwingbaar zijn.
Uitkomst: Het hof beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds en verleent appellant de schone lei.