Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure
2.De beoordeling van het wrakingsverzoek
‘Onder het gepachte dient te worden verstaan het gepachte bedrijf.’
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In een pachtzaak bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W.L. Valk, voorzitter van de pachtkamer, wegens vermeende partijdigheid. De aanleiding was een opmerking van mr. Valk tijdens een plaatsopneming in 2013, waarin hij zonder voorbehoud stelde dat onder het gepachte het gepachte bedrijf dient te worden verstaan. Verzoeker meende dat deze stelligheid en de contacten tussen mr. Valk en de advocaat van de wederpartij aanleiding gaven tot twijfel aan de onpartijdigheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aannemelijk maken. De opmerking van mr. Valk werd als niet doorslaggevend gezien, mede omdat deze voor meerdere uitleg vatbaar is en niet relevant voor het geschil in de hoofdzaak.
Ook de vermeende samenwerking tussen mr. Valk en de advocaat van de wederpartij, mr. Snijders, werd onderzocht. De wrakingskamer stelde vast dat mr. Snijders gepensioneerd is en niet betrokken bij de huidige procedure. Mr. Valk had zich destijds teruggetrokken uit de Centrale Grondkamer toen mr. Snijders nog advocaat was van de wederpartij, wat de vrees voor vooringenomenheid niet ondersteunt.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor partijdigheid en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 11 december 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Valk wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.