ECLI:NL:GHARL:2015:10185
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens niet verschijnen
Op 19 mei 2015 vond een terechtzitting plaats bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak tegen een verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. De verdachte was niet verschenen, waarop het hof op vordering van het openbaar ministerie verstek verleende en besloot de zaak voort te zetten zonder de verdachte.
De advocaat-generaal voerde aan dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof stelde vast dat de verdachte geen schriftelijke of mondelinge bezwaren had ingediend tegen het vonnis en dat er geen redenen waren die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maakten.
Daarom verklaarde de voorzitter het onderzoek gesloten en deed direct uitspraak, waarbij de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep. Dit arrest is door de voorzitter en griffier vastgesteld en ondertekend.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet verschijnen.