ECLI:NL:GHARL:2015:10193
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens verstek in strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter. Tijdens de terechtzitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 13 oktober 2015 was de verdachte niet aanwezig en heeft hij geen schriftelijke of mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal gehoord en na zorgvuldige overweging besloten toepassing te geven aan artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit artikel maakt het mogelijk om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren indien geen bezwaren zijn aangevoerd en het hof geen redenen ziet voor een inhoudelijke behandeling.
Daarom heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken, waarbij mr. G. Mintjes voorzitter was, samen met mr. M.M.L.A.T. Doll en mr. M.S. Groenhuijsen als raadsheren. De griffier was mr. I.I.D. Leene.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens verstek en ontbreken van bezwaren.