Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant sub 1],
[appellante sub 2],
1.[geïntimeerde sub 1],
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
“[geïntimeerde sub 5]”,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellanten stelden schade te hebben geleden door navorderingsaanslagen in verband met een complexe fiscale hypotheekconstructie. Het hof heeft het eerdere vonnis van de rechtbank Almelo vernietigd en de zaak opnieuw beoordeeld.
Tijdens de comparitie werd vastgesteld dat appellanten onvoldoende hebben gemotiveerd dat zij slechter af zijn geweest met de constructie dan wanneer zij een reguliere hypotheeklening hadden afgesloten. Het hof overwoog dat de gehele constructie moet worden vergeleken met een hypothetische reguliere financiering, waarbij ook fiscale voordelen zijn meegewogen.
Het beroep op vernietiging wegens dwaling faalde omdat appellanten geen overtuigend bewijs leverden dat zij de overeenkomst bij juiste voorstelling van zaken niet zouden hebben gesloten. Het hof wees slechts een bedrag van € 1.994,58 toe, vermeerderd met wettelijke rente, en compenseerde de proceskosten zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
De overige vorderingen, waaronder een schadestaatprocedure en aanvullende schadeposten, werden afgewezen wegens gebrek aan voldoende concrete feiten en bewijs. Het arrest is in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2015.
Uitkomst: Het hof wijst een beperkte schadevergoeding toe van € 1.994,58 met rente en wijst de overige vorderingen af.