Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning te [Z] waarvan de waarde voor de onroerendezaakbelasting 2013 is vastgesteld op €133.000. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze waardebepaling.
Tijdens de zitting op 25 november 2014 werd vastgesteld dat de heffingsambtenaar de woning op 22 november 2012 inpandig had opgenomen en dat het horen van belanghebbende in zijn woning niet noodzakelijk was. De waardering richtte zich op de situatie per 1 januari 2012, de waardepeildatum.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De onderhoudstoestand en liggingsaspecten waren voldoende in de waardering meegenomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.