ECLI:NL:GHARL:2015:1639
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor voordeel trekken uit steunfraude
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde voordeel trekken uit steunfraude. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk profiteren van een uitkering die verkregen was door misdrijf, namelijk door het niet melden van een gezamenlijke huishouding met een medeverdachte die een uitkering genoot.
Het hof oordeelde dat niet alle vereiste bewijsstukken waren onderzocht door de sociale recherche, waardoor niet kon worden vastgesteld dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan. Het hof stelde dat om tot een bewezenverklaring te komen, moest worden vastgesteld dat verdachte en medeverdachte duurzaam een gezamenlijke huishouding voerden, dat medeverdachte een uitkering genoot zonder dit te melden, en dat verdachte hiervan heeft geprofiteerd.
Aangezien het onderzoek deze elementen onvoldoende had uitgewerkt en er geen overtuigend wettig bewijs was, sprak het hof verdachte vrij. Het vonnis werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld, resulterend in vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voordeel trekken uit steunfraude.