Uitspraak
de vader,
de moeder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek van de vader om de moeder te verbieden met hun minderjarige kind te verhuizen naar een andere woonplaats en om de hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen. De moeder woont sinds april 2014 met het kind in de nieuwe woonplaats en heeft daar sociale contacten en opvang geregeld.
Het hof toetst het verzoek ex nunc en weegt het belang van de minderjarige als eerste overweging. Hoewel de vader stelt dat de verhuizing gevolgen heeft voor zijn contact met het kind en dat alternatieven niet voldoende zijn onderzocht, concludeert het hof dat de verhuizing in het belang is van het kind en de moeder. De continuïteit van de woon- en sociale omgeving van het kind is sinds de verhuizing verbroken, en terugverhuizen zou onrust veroorzaken.
De grote afstand tussen de woonplaatsen en toekomstige sportdeelname van het kind wegen niet zwaarder dan het belang van rust en continuïteit. Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de eerdere beschikking die de moeder toestemming gaf om te verhuizen en met het kind te blijven wonen in de nieuwe woonplaats.
Uitkomst: Het hof bevestigt de toestemming voor de moeder om met de minderjarige in de nieuwe woonplaats te blijven wonen en wijst het verzoek van de vader af.