ECLI:NL:GHARL:2015:1805
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling exhibitieplicht artikel 843a Rv bij betwisting draagkracht in alimentatiezaak
In deze civiele procedure over kinder- en partneralimentatie heeft de vrouw bij het hof hoger beroep ingesteld tegen een eerdere beschikking van de rechtbank. Zij verzoekt het hof tevens om de man te veroordelen tot het overleggen van diverse financiële bewijsstukken op grond van artikel 843a Rv, omdat zij de door de man gestelde leningen en aflossingen betwist en deze van belang acht voor de vaststelling van zijn draagkracht.
De man heeft dit verzoek bestreden en het hof heeft overwogen dat de rechtbank bij de berekening van de draagkracht van de man al rekening heeft gehouden met de genoemde leningen en aflossingen. Het hof benadrukt dat in verzoekschriftprocedures de wettelijke regels omtrent bewijs en onderbouwing gelden en dat het hof conclusies kan verbinden aan het niet of onvoldoende voldoen aan deze regels.
Het hof verwijst naar het procesreglement familiezaken waarin is bepaald dat bij betwisting van draagkracht bewijsstukken over de schuld(en) en aflossingen dienen te worden overgelegd. Desondanks oordeelt het hof dat de exhibitieplicht van artikel 843a Rv niet geldt indien een behoorlijke rechtspleging ook zonder de gevraagde stukken is gewaarborgd.
Hieruit volgt dat de vrouw geen rechtmatig belang heeft bij het incidentele verzoek om de stukken en dat het verzoek wordt afgewezen. De zaak wordt verwezen naar een zitting met gesloten deuren voor verdere behandeling van de alimentatiekwesties, waarbij het hof de beslissing over de alimentatie aanhoudt.
Uitkomst: Het incidentele verzoek tot overlegging van financiële stukken wordt afgewezen omdat een behoorlijke rechtspleging ook zonder deze stukken is gewaarborgd.