Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
De vaststaande feiten
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn in 1991 gehuwd en zijn in 2014 gescheiden. De rechtbank Noord-Nederland bepaalde dat de man partneralimentatie aan de vrouw moet betalen, met een bedrag dat stijgt na verkoop van de echtelijke woning. De man ging in hoger beroep tegen de hoogte, duur en draagkracht.
Het hof oordeelt dat de vrouw behoefte heeft aan alimentatie omdat zij lange tijd parttime werkte en nog niet volledig in haar levensonderhoud kan voorzien. De vrouw moet wel actief solliciteren naar passend werk. De man vroeg om beperking van de onderhoudsverplichting tot vier jaar, maar het hof wijst dit af vanwege het langdurige huwelijk (bijna 25 jaar) en het ontbreken van concrete aanwijzingen dat de vrouw binnen vier jaar financieel zelfstandig zal zijn.
De man stelde ook dat zijn draagkracht lager moet worden vastgesteld vanwege een lening en herinrichtingskosten, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. Het hof bevestigt het onderscheid in draagkracht voor en na verkoop van de woning. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de man blijft partneralimentatie betalen zonder beperking van de duur.