Uitspraak
de vrouw,
de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake wijziging van kinderalimentatie na echtscheiding. De man verzocht om verlaging van de alimentatie vanaf februari 2013 wegens wegvallen van zijn inkomstenbron en het niet verkrijgen van een nieuwe baan. De vrouw verzette zich hiertegen.
Het hof stelde vast dat partijen bij hun eerdere overeenkomst uitgingen van een nieuwe baan voor de man, die uiteindelijk niet doorging, wat een relevante wijziging van omstandigheden vormt. De man moest daarom zijn draagkracht aantonen. Hij slaagde hier niet in omdat hij onvoldoende bewijs over zijn inkomen, sollicitaties en vermogenspositie aanleverde.
De vrouw toonde aan dat de man mogelijk wel inkomsten geniet als adviseur binnen het bedrijf van zijn partner, maar de man bracht geen stukken in om dit te weerleggen. Het hof concludeerde dat de man zijn stelplicht niet had vervuld en kon de draagkracht niet vaststellen.
Daarom werd het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie vanaf 16 mei 2014 afgewezen, terwijl de alimentatie voor de periode van 31 december 2013 tot 16 mei 2014 in stand bleef. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank voor die periode en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlaging van kinderalimentatie vanaf 16 mei 2014 af wegens onvoldoende onderbouwing van gewijzigde draagkracht.